De vernietiging van Smyrna in 1922

 

De Anatolische havenstad Smyrna – of Izmir – was in september 1922 strijdtoneel in de Grieks-Turkse Oorlog. Toen het geweld er een angstaanjagend hoogtepunt bereikte, keken de Britten en Amerikanen vanaf hun schepen in de haven werkeloos toe.

Rond 1900 was de Ottomaanse havenstad Smyrna een wonderlijke, bruisende stad. Daar kwam de wereld samen, als op een kosmopolitische bazaar. Culturen en religies krioelden er door elkaar heen: Grieken, Armeniërs, Turken, Sefardische Joden en rijke Fransen, Britten, Amerikanen, Italianen en Nederlanders. In Smyrna kon je elf Griekse kranten lezen, zeven Turkse, vijf Armeense, vier Franse en vijf Hebreeuwse – om nog maar te zwijgen over de lectuur in alle talen die meekwam met het internationale vrachtverkeer. De theaters en koffiehuizen bruisten van het mondaine leven en op straat hingen de geuren van verse koffie, kaneel en appeltabak. Iedereen sprak meerdere talen en er heerste een tolerante sfeer. Maar in 1922 kwam aan dat alles een einde. Tijdens de Grieks-Turkse Oorlog ging deze ‘Parel van de Oriënt’ ten onder.

 

Eerste Wereldoorlog

Vanuit westers perspectief duurde de Eerste Wereldoorlog van 1914 tot 1918, maar wie de aandacht naar het oosten verschuift, beseft dat het geweld al in 1912 was uitgebroken met de eerste Balkanoorlog. Een alliantie van Grieken, Bulgaren, Serviërs en Montenegrijnen verklaarde het Ottomaanse Rijk toen de oorlog; ze wilden de ‘Turken’ voorgoed uit Europa verdrijven. Dat lukte aardig: de Balkan-alliantie rukte op naar het zuiden en stuurde het vermoeide leger van de sultan terug naar de Bosporus.

Uit angst voor de Slavische en Griekse legers verlieten duizenden Turken die op de Balkan woonden hun huis en haard, en vluchtten naar Anatolië (Klein-Azië), waar ze zich veilig waanden. Maar dat viel tegen. Grieken hadden hen van het vasteland verdreven omdat ze ‘niet-Grieks’ waren, maar in Anatolië stuitten ze op honderdduizenden Grieken die er al eeuwen woonden. De haat bereikte ook Smyrna, toen berooide Turkse vluchtelingen hun woede koelden op de Griekse bevolking.

En dat was nog maar het begin. De wereldoorlog die twee jaar later volgde zette alles op scherp. In het geopolitieke spel kozen de Ottomanen de kant van de Duitsers, terwijl de Grieken probeerden neutraal te blijven. Maar de charismatische nationalist Elephterios Venizelos greep met een coup de macht en vormde een contraregering, die zich aansloot bij de geallieerden.

Venizelos hoopte dat hij zo zijn ‘Groot Idee’ (Megali Idea) kon uitvoeren: een imperium waarin hij alle Griekssprekende gemeenschappen zou samenbrengen, van Macedonië tot aan de Zwarte Zee, en van de Egeïsche kust tot aan Cyprus. Het behelsde niets minder dan de herrijzenis van de grandeur van de antieke beschavingen en Byzantium. Maar om dat te bereiken diende wel eerst het Ottomaanse Rijk van de kaart te verdwijnen.

 

Bloeddorst in Smyrna

En zo geschiedde: in 1918 behoorde het Ottomaanse Rijk samen met Bulgarije, Duitsland en het Oostenrijks-Hongaarse Rijk tot de grootste verliezers van de Eerste Wereldoorlog. In Versailles en de andere Franse voorsteden bogen de veelal westerse overwinnaars zich gretig over de puzzelstukjes van deze verbrokkelde veelvolkerenrijken, die opnieuw gelegd moesten worden.

Ook Venizelos kreeg spreektijd in Versailles, en die gebruikte hij goed. Hij oreerde over de wieg van de Europese beschaving, de antieke cultuur van de Egeïsche kust, en lardeerde dit exposé met mythologische verwijzingen. Hiermee speelde hij handig in op de obsessie met de antieken in het Britse onderwijssysteem, en raakte hij een snaar bij de Engelse premier Lloyd George. Het pleidooi in Versailles miste zijn doel niet, want in 1919 gaf Lloyd George Venizelos groen licht om Smyrna in te nemen.

Toen dit nieuws de stad bereikte, vierden de Grieken en de Armeniërs feest en treurden de Turken. Het Griekse leger marcheerde in mei 1919 de stad in. Toen een Turkse vluchteling uit Thessaloniki een schot loste, brak de pleuris uit. Griekse soldaten bestormden de kazerne, arresteerden de Turkse soldaten en voerden hen naar de haven. Ze staken iedere Turk die uit de maat liep dood en gooiden de lichamen in zee. Griekse bendes namen een voorbeeld aan deze bloeddorst en gingen moordend, plunderend en verkrachtend door de Turkse wijk. In drie dagen werden er tussen de 300 en 400 Turken gedood.

“In drie dagen werden honderden Turken gedood”

Deze geweldspiraal werd gestopt door de opgetrommelde Aristides Stergiadis, die als Hoge Commissaris van Smyrna orde op zaken kwam stellen. Hij bracht de Griekse moordenaars voor de rechter en bestrafte hen. Vervolgens probeerde hij de vooroorlogse multiculturele kalmte terug te brengen. Stergiadis deed zijn best, maar de verhalen over de Griekse inname van Smyrna bereikten ook Constantinopel, waar de Turkse media ze aandikten en verspreidden. De haat vond zijn weg.

Etnische zuiveringen in Smyrna

Stergiadis wist drie jaar lang zo goed en zo kwaad als dat ging de vrede bewaren. Maar buiten de stad, in de omliggende dorpen van Anatolië, voerden de Grieken en de Turken een smerige oorlog. Een onderzoeksrapport van het Internationale Rode Kruis meldde in 1921 dat ‘elementen van het Griekse bezettingsleger zijn ingezet bij de uitroeiing van de moslimbevolking […] de vastgestelde feiten – het verbranden van dorpen, massamoorden, terreur jegens de inwoners, het samenvallen van plaats en tijdstip – laten geen ruimte voor twijfel op dit gebied.’

De Amerikaanse president Woodrow Wilson vond dat na de Eerste Wereldoorlog elk volk zelfbeschikkingsrecht moest krijgen. Dat klonk mooi, maar was een onhoudbaar idee voor de gemengde samenleving van West-Anatolië: Grieken en Turken leefden dwars door elkaar heen en wilden ieder hun eigen staat. Voor de Grieken leidde dat zelfbeschikkingsrecht in Anatolië tot ‘zuivering’ van de omliggende dorpen. Turken moesten verdwijnen, sterven of vertrekken. In respons op deze Griekse etnische zuiveringen in de buurt van Smyrna besloten de Turken hetzelfde te doen, maar dan elders in hun chaotische, ongestuurde land. Enkele jaren ervoor hadden ze een genocide uitgevoerd op de Armeniërs. Bij Trabzon aan de Zwarte Zee-kust verwijderden ze haastig de Griekse minderheden.

In de oorlog hadden de Grieken mede dankzij Britse en Franse steun aanvankelijk de overhand, maar die brokkelde in 1921 af. Toen tegelijkertijd de Sovjet-Unie militaire steun toezegde aan de Turkse leider Mustafa Kemal (de latere ‘Atatürk’), keerde het tij. Tienduizenden christelijke dorpelingen uit Anatolië vluchtten naar Smyrna. Zij waanden zich daar veilig, maar niet voor lang. In 1922 walste het leger van Mustafa Kemal over de uitgeputte Griekse legers heen en zette koers naar de havenstad.

.

Duister schouwspel

Daar kampeerden duizenden uitgehongerde Grieken en Armeniërs onder erbarmelijke omstandigheden in de haven. Ze zaten hutjemutje op de kade, in bange afwachting. De Hoge Commissaris Stergiadis verzekerde hun dat er helemaal niets te vrezen viel. In de haven lagen immers nog allerlei geallieerde schepen, die een ambiance van veiligheid creëerden. Maar Stergiadis wist donders goed dat die allerminst van plan waren de bedreigde bevolking te hulp te schieten. Zelf pakte hij zijn biezen en vertrok op 1 september 1922 per schip naar Athene. Politie en gendarme zouden hem volgen. Van een burgerevacuatie wilde Stergiadis niet weten. Naar het schijnt heeft hij over de tienduizenden uitgeputte Griekse vluchtelingen in Smyrna gezegd dat ‘[…] het beter is dat ze hier blijven en door Kemal worden afgeslacht dan dat ze naar Athene gaan en daar alles op zijn kop zetten’.

De intocht van de cavalerie van Mustafa Kemal vond plaats op 9 september 1922. ‘Geen angst!’ riepen de Turken te paard. ‘Jullie zal niets worden aangedaan!’ De Europese elite van de stad verheugde zich uit nostalgie naar de Ottomaanse grandeur over de intocht van Mustafa Kemal. De Britse feministe Hortense Wood schreef enthousiast in haar dagboek: ‘Ik was verheugd getuige te zijn van de binnenkomt van de kemalistische cavalerie […] Schitterende mannen in nieuwe, smetteloze uniformen en Tsjerkessische petten. Perfecte discipline en rust! Hun paarden waren in zeer goede staat!’ Maar zij vergiste zich. Deze legerleider maakte zijn entree niet als Ottomaanse prins, maar als Turk. Het multiculturele rijk zou onder zijn leiding plaatsmaken voor de Turkse natiestaat.

De eerste slachtoffers vielen in de Armeense wijk. ’s Nachts klonk het breken van glas uit winkels die werden geplunderd en het huilen en gillen van vrouwen die werden verkracht. Een paar dagen later waren de Grieken aan de beurt. Op zondag 10 september liet de Turkse generaal Nurredin Pasja aartsbisschop Chrysostomos arresteren, een nationalist en aanhanger van de Megali Idea. Nurredin leverde de geestelijke uit aan een opgehitste massa en zei: ‘Als jullie denken dat hij jullie goedgedaan heeft, doe hem het goede aan. Als jullie vinden dat hij jullie iets slechts heeft aangedaan, doe hem iets slechts aan.’ Wat daarop volgde is opgetekend door een ooggetuige, een Franse matroos: ‘De massa stortte zich met rauwe kreten op Chrysostomos en sleepte hem door de straat tot bij een kapperszaak, waar Ismael, de Joodse eigenaar, zenuwachtig in de deuropening toekeek. Iemand duwde de kapper opzij, greep een wit laken en knoopte dat om Chrystostomos’ nek. Hij riep: “We gaan hem scheren!” Ze rukten de prelaat zijn baard uit, staken zijn ogen uit met hun mes, sneden zijn oren, zijn neus en zijn handen af.’

Vanaf hun schepen in de haven zagen de Britten en Amerikanen hoe de samenleving van Smyrna afgleed in een bloedbad. Maar de westerse mogendheden hadden geen interesse om zich in deze strijd te mengen. Op 13 september brak er brand uit in de Armeense en Griekse wijken. Amerikaanse ooggetuigen schreven later dat Turkse chette (paramilitairen) brandstoffen over de huizen sproeiden en alles aanstaken. Turkse historici en schrijvers menen tot op de dag van vandaag dat het vuur is aangestoken door Armeense provocateurs, wat onwaarschijnlijk is. Hoe dan ook, de Turkse bezetters deden er niets aan om het vuur adequaat te doven. Een Britse verslaggever beschreef: ‘een ononderbroken muur van vlammen, drie kilometer lang, waarin twintig afzonderlijke, woest vlammende vulkanen getande, kronkelende vuurtongen zo’n dertig meter de lucht in slingeren.’

De Amerikaanse schepen voor de kust waren vooral bezorgd over hoe ze de Amerikaanse inwoners van Smyrna konden evacueren. De Amerikaanse luitenant Merrill beschreef hoe de bemanning op zijn schip de Edsall in korte mouwen liepen, zeker 200 meter verwijderd van de torenhoge, verzengende vuurzee. Op de Britse dreadnought de Iron Duke gaf admiraal sir Osmond de Beauvoir Brock de muziekband het bevel om harder te spelen wanneer hem tijdens de maaltijd het gehuil van de kade bereikte.

 

Nasleep

Tienduizenden christelijke bewoners waren gedood bij de vernietiging van Smyrna, maar daar bleef het niet bij. Nog eens duizenden Griekse en Armeense mannen in de leeftijd van 17 tot 45 jaar werden gedeporteerd naar de binnenlanden van Anatolië, om daar te werken of te sterven (en meestal allebei).

Nog eens tienduizenden overlevenden vertrokken naar het Griekse vasteland, waar ze een miserabel leven zouden leiden in de marges van de hoofdstad – verdreven uit hun thuisland, en verguisd door de Peloponnesische Grieken, wier cultuur zij niet deelden. In 1923 kwamen de Turkse kemalisten (nationalisten), de Grieken en de geallieerden tot een overeenstemming in het Verdrag van Lausanne. Daar deden ze het Verdrag van Sèvres teniet en trokken de grenzen van de moderne Turkse Republiek. Smyrna (Turks: Izmir) viel voortaan onder Turks gezag.

Een clausule in het Verdrag van Lausanne bepaalde dat de Griekse en Turkse bevolking zouden worden uitgewisseld: nog eens 1anderhalf miljoen Grieken vertrokken uit Anatolië, en een half miljoen Turken maakten de omgekeerde reis. Na alle genociden over en weer was dit een zogenaamd ‘vreedzame’ etnische zuivering. Die moest voorgoed een einde maken aan de culturele en vooral religieuze diversiteit van Zuidoost-Europa, met ooit Smyrna als het kloppende hart.

 

Dit artikel verscheen in Historisch Nieuwsblad.