Servische flirt met Poetin

 

Veel Serviërs hebben sympathie voor Rusland. President Vučić probeert goede betrekkingen te onderhouden met zowel Moskou als Brussel. Intussen neemt de nationalistische Servische leider in Bosnië en Hercegovina een voorbeeld aan Poetins streven om alle ‘volksgenoten’ in één staat te verenigen.

Slechts vier landen stemden op 24 maart in de Verenigde Naties tegen de veroordeling van de Russische invasie in Oekraïne: Eritrea, Wit-Rusland, Syrië en Noord-Korea. Opvallende afwezige was Servië, die na veel gedraal toch meestemde met de rest van de wereld. Servië is na Wit-Rusland het meest pro-Russische land van Europa en de populistische president Aleksandar Vučić staat op goede voet staat met zijn collega Vladimir Poetin.

Terwijl in diezelfde week heel Europa blauw-geel kleurde uit solidariteit met Oekraïne, trokken duizenden Serviërs op een sombere avond door de hoofdstad Belgrado voor een pro-Poetin manifestatie. Ze hielden halt bij het standbeeld van tsaar Nicolaas II, pal onder het raam van de Servische president. Dit nogal traditionele standbeeld is geen reliek uit een ver pan-Slavisch verleden, nee, het is een cadeau van het Kremlin uit 2014, het jaar waarin Rusland zich de Krim toe-eigende.

Hoewel er een paar dagen later in Belgrado ook een grote pro-Oekraïense vredesdemonstratie plaatsvond, staat het incident niet op zichzelf. Servië is al geruime tijd een Russische vrijhaven op de Balkan, en de wederzijdse liefde toont zich in de diplomatie en de media. Het zeer vuige maar veelgelezen Servische tabloid Informer ging zelfs zo ver om op de voorpagina in dikke letters te vermelden dat ‘Oekraïne Rusland had aangevallen’.

Wat bindt Servië met Poetin, en wat is de betekenis van deze merkwaardige Servisch-Russische vriendschap? En wat moeten de landen van de Europese Unie er eigenlijk van vinden?

 

Slavische broederliefde?

Om de Servisch-Russische vriendschap te doorgronden zou je een diepzinnig historisch epos kunnen vertellen over Servische koningen en Russische tsaren uit vervlogen tijden, of de gedeelde orthodox-religieuze ziel onder de loep kunnen leggen. Hoe interessant ook, de werkelijkheid is banaler. Ondanks het alom aanwezige vlagvertoon, de Poetin-graffiti in de straten, de galmende retoriek van de regeringsgetrouwe media en het gedweep met de orthodoxie, is alle Slavische broederliefde toch behoorlijk oppervlakkig. Serviërs komen zelden in Rusland, spreken de taal maar een beetje en weten nauwelijks meer van de Russische cultuur dan een gemiddelde Tolstoj-en-Toergenjev-lezer in Nederland.

 

Ook steken de handelsbetrekkingen tussen Rusland en Servië nogal pover af tegen de economische dominantie van de EU in de regio. Zeker, de Russisch-orthodoxe kerk schenkt nog wel eens een klok om te laten luiden in de Servische kerk, en er zijn militaire giften, maar dat valt allemaal in het niet bij de investeringen die de EU-landen in Servië hebben gedaan. Meer dan zestig procent van de Servische buitenlandse handel is met de EU, tegen slechts vijf procent met Rusland. De meeste Serviërs zetten hun zinnen dan ook liever op een flatje in Stuttgart of Frankfurt, dan een leven in het verre, vreemde Moskou.

De vriendschap was bovendien niet altijd zo vanzelfsprekend. Na de breuk tussen Tito en Stalin in 1948 stuurde de (van oorsprong Kroatische) Joegoslavische dictator alle Russische en Russofiele burgers naar een werkkamp op een eiland in de Adriatische Zee. Zoals bekend weigerde Belgrado nadien aan de leiband van Moskou te lopen. Daardoor bleven de Serviërs gedurende de rest van de Koude Oorlog verschoond van het drukkende bestaan van het Oostblok.

Nee, het is vooral de recente geschiedenis die meer inzicht verschaft in de Servisch-Russische vriendschap. De instortingen van de Sovjet-Unie en de Joegoslavische federatie vonden gelijktijdig plaats, en gingen allebei – vroeger of later – gepaard met gewelddadige conflicten. Er zijn meerdere parallellen. In de twee socialistische landen speelden Russen en Serviërs een vergelijkbare rol: beide volken waren getalsmatig de grootste in de federatie; beide domineerden het leger en het staatsapparaat, en beide zagen hun eigen hoofdstad samenvallen met die van de federatie.

Zowel de Poetin-entourage als de Servische nationalisten gaan in hun nostalgie naar de verkruimelde veelvolkerenstaten voorbij aan het feit dat de twee landen – in ieder geval op papier – samengebonden werden door een ideologie (staatssocialisme, leninisme, titoïsme, etc.) en niet door een nationale identiteit – Russisch of Servisch.

Uit de Joegoslavische oorlogen van de jaren negentig kwam Servië als dader naar voren, met een enorm strafblad. De Verenigde Staten hebben Servië sindsdien altijd laten voelen dat ze in al die oorlogen de agressor waren, en de EU handelde ernaar. Rusland, daarentegen, deed dat niet. President Boris Jeltsin stond nog een ambivalente, pseudo-westerse Balkanpolitiek voor, maar zijn opvolger Vladimir Poetin heeft vanaf het begin altijd zijn sympathie uitgesproken voor de Serviërs.

De brute oorlog – zíjn oorlog – in Tsjetsjenië vond ongeveer gelijktijdig plaats als de gewelddadige Servische contraterreur in Kosovo. In beide gevallen ging het om een centralistisch leger tegen bloedfanatieke en islamitische opstandelingen, in slecht begaanbare randgebieden.

 

Westerse hypocrisie

Deze Kosovo-oorlog van 1998-1999 verbond het lot van de Serviërs aan die van Poetins Rusland, en zijn buitenlandse politiek. Want Poetin – de voormalige KGB’er – zag hoe het Westen de opstandige Kosovaarse Albanezen steunde, en hoe de NAVO in 1999 het Russische en Chinese veto in de VN-Veiligheidsraad voor wilde zijn om gewoon zonder mandaat het soevereine Servië van Milošević te bombarderen. ‘Oh, gaat dat zo eenvoudig?’ – moet Poetin gedacht hebben. Serviërs beschouwen deze bombardementen van 1999 als een schending van het internationaal recht, maar niemand lijkt het met ze eens te zijn. Behalve Poetin.

 

De jaren vergleden, de NAVO breidde uit naar het oosten van Europa, de EU ook, en in 2008 erkenden veel (maar zeker niet alle) Westerse landen de  onafhankelijkheidsverklaring van de republiek Kosovo. Serviërs voelen zich sindsdien gesteund door Poetin, die geen mogelijkheid onbenut laat om de kwestie Kosovo bij Westerse leiders onder de neus te wrijven. Hij verwijt de NAVO hypocrisie: als zij zich zomaar mogen bemoeien met interne aangelegenheden in Servië, waarom zou Rusland dan niet paal en perk mogen stellen in Abchazië, Georgië, Zuid-Ossetië, Transnistrië, Kazachstan – of in Oekraïne? De kwestie-Kosovo werd een onmisbaar onderdeel van de Poetin-propaganda.

In Poetins beruchte ‘geschiedenis-speech’, aan de vooravond van de Russische inval, noemde hij opnieuw het leed van Belgrado: ‘De NAVO voerde een bloedige militaire operatie uit in Belgrado, zonder goedkeuring van de VN veiligheidsraad, maar met gevechtsvliegtuigen en raketten die in het hart van Europa worden gebruikt. De bombardementen op vreedzame steden en essentiële infrastructuren duurden wekenlang.’ Hij vervolgde: ‘Ik moet deze feiten in de herinnering brengen, omdat sommige westerse collega’s ze liever vergeten.’

Met dit soort opmerkingen krijg je in Servië de handen op elkaar. Nationalisten, maar ook gematigd kritische burgers, zijn – misschien terecht – heel gevoelig voor anti-NAVO retoriek. Maar wat in Servië ook goed resoneert is de Poetineske droom van een zo vaag mogelijk omschreven territoriale ‘ruimte’ voor de Russische Slavische cultuur, die over grenzen heen reikt, ze verlegt en wegvaagt. Want in het deel van het naburige Bosnië-Herzegovina waar de Serviërs domineren (de zogeheten Republika Srpska) koestert de nationalistische leider Milorad Dodik een nauwelijks verholen ambitie om juist dát te realiseren op de Balkan.

 

Het rommelt in Bosnië en Herzegovina

Het is een kwestie die in de Nederlandse media onterecht weinig aandacht krijgt. Het rommelt al maanden in het verdeelde Bosnië en Herzegovina, en nu écht. Dodik is al een paar keer op bezoek geweest in Moskou om met Poetin over gasleveranties te spreken, en wie weet wat nog meer. In december kwam de Bosnisch-Servische leider terug van Moskou en vertelde de pers dat hij ‘onder de indruk was’ van Poetins kennis van de Balkanregio.

Op 28 februari 2022, een paar dagen na de Russische inval in Oekraïne, meldde Dodik dat hij in een telefoongesprek met de buitenlandminister Lavrov toezeggingen had gekregen tot ‘nauwere samenwerking’. En in een direct interview met de Russische ambassadeur in Bosnië, Igor Kalaboekov, sprak deze: ‘Bosnië mag lid worden van elke alliantie, maar onze reactie is een ander verhaal. Het voorbeeld van Oekraïne toont wat we kunnen verwachten: is er een dreiging, dan zullen we reageren.’

Bosnische Kroaten en Bosnjakken (Bosnische Moslims) zijn inmiddels doodsbenauwd geworden van deze Bosnisch-Servische toenaderingen tot Rusland en de daarmee gepaarde dreigementen.  In januari vond er in de Bosnische stad Banjaluka een Servische parade plaats, met groot militair vertoon, nationalistische leuzen en verheerlijking van oorlogsmisdadigers. Het zag eruit als een repetitie voor de opvoering van een nog heel verse nachtmerrie.

 

 

Tegen sancties

Tot voor kort zouden we nog relativerend kunnen doen over het gerommel van Rusland op de Balkan en de Servische baltsdans. Ja, Poetin bezocht de militaire parades in Belgrado. En ja, hij schudde handen van hoogwaardigheidsbekleders en werd toegewuifd door Servische fans. Maar het hoort bij het geopolitieke schaakspel op de Balkan. China heeft immers óók een vinger in de Servische pap, net als de Golfstaten en Erdoğans Turkije.

Servië valt buiten de grenzen van de EU, hoeft zich anders dan Polen of Hongarije niet zo veel zorgen te maken over het gedoe met al die ‘Europese normen en waarden’, en kan daarom zorgeloos zaken doen met ieder die een zak geld tevoorschijn tovert. Tijdens de coronacrisis opende de Servische regering het land voor zowel het westerse Pfizer-vaccin, het Russische Sputnik en het Chinese Sinopharm. Met een beetje fantasie zou je in die corona-aanpak nog een vage echo kunnen zien van Tito’s neutrale Beweging van Ongebonden Staten, als Derde Weg tussen Oost en West. Maar het geopolitieke schaakspel in deze arme regio van Europa heeft door de oorlog in Oekraïne plotseling een andere betekenis gekregen. Het is inmiddels bekend waartoe Poetin in staat is.

Hoe verder? Voorlopig heeft de Servische president Aleksandar Vučić besloten om de Russische inval wél te veroordelen, ondanks het feit dat een flink deel van zijn eigen achterban Poetin-sympathieën koestert. Aan de veroordeling heeft hij daarom toegevoegd dat Servië weigert mee te werken aan het opleggen van internationale sancties tegen Rusland. Dit is vooral omdat veel kiezers nog pijnlijke herinneringen hebben aan de economische sancties tegen Servië tijdens de oorlogen in de jaren negentig. De bevolking heeft daar erg onder geleden.

Dat mag zo zijn, maar deze kanttekening doet in Brussel toch de wenkbrauwen fronzen. Servië is kandidaat lidstaat van de Europese Unie en heeft de ambitie tot toetreding nog steeds niet in de ijskast gezet. Hoe pro-Russisch kan een toekomstig lidstaat zijn? Ondertussen marcheren er dus ook nog nationalisten door de straten die met Russische vlaggen zwaaien, en Poetin-beeltenissen.

Een Oostenrijkse journalist bracht onlangs onder de aandacht het bestaan van een ‘Russisch-humanitair centrum’ in de zuidelijke Servische stad Niš. Wat daar gebeurt is niet helemaal duidelijk, maar het is niet ondenkbaar dat daar ook pseudo-militaire projecten worden ontwikkeld. En zo is de situatie, in het licht van de oorlog in Oekraïne, bijzonder penibel geworden: Poetin heeft een voet aan de grond in Servië, en in het naburige Bosnië geeft hij de nationalistische Servische ophitsers een steun in de rug bij hun separatistische ramkoers.

 

Glibberig geopolitiek spel

Het is de vraag wat de Servische president Vučić van plan is. Op 3 april zijn er presidentiële verkiezingen. De even gladde als gewiekste populist loopt al heel erg lang mee in de Servische politiek. In de jaren negentig was hij minister onder Milošević en verantwoordelijk voor het in elkaar laten slaan van journalisten. In 2008 splitste hij zich af van de ultranationalistische partij van oorlogsmisdadiger Vojislav Šešelj en voert sindsdien een populistisch-pragmatische politiek (hij doopte zijn pro-Europese afsplitsing de ‘progressieve partij’). Sinds 2014 zit hij vrij stevig in het zadel, afwisselend als premier en als president.

Op verbluffende wijze weet Vučić Servië stap-voor-stap dichterbij de EU te brengen en tegelijkertijd warme betrekkingen aan te knopen met Moskou en Beijing, en zelfs met Ankara. In de laatste jaren heeft hij allerlei lucratieve deals gesloten voor infrastructurele projecten, en hij heeft de hoofdstad een rare make-over gegeven met de daarbij horende kitscherige (Russische) standbeelden en gelikte bouwprojecten. Chinezen hebben veel van de verouderde Servische industrie opgekocht en weer aan de praat gekregen, met desastreuze gevolgen voor het milieu en de luchtkwaliteit. De persvrijheid is gering, en de oppositie zwak en verdeeld. De kans is dus vrij groot dat Vučić de verkiezingen gaat winnen. Maar dan wacht zijn grootste beproeving: kan hij zijn glibberige geopolitieke spel blijven spelen tijdens de verharding van de Europees-Russische betrekkingen?

Er wordt nog gevlogen tussen Belgrado en Moskou – inmiddels met jumbojets, omdat duizenden Russen het land willen verlaten. Roebels zijn welkom en tegoeden worden niet bevroren. Handel met Rusland is mogelijk, en hoewel Google nu ook in Servië Russia Today en Sputnik heeft geblokkeerd, valt Russische propaganda er nog in vruchtbare aarde. Gas en olie zijn uiteraard ook welkom. De EU houdt Vučić in de gaten, en sommige vooral Oost-Europese (anti-Russische) diplomaten hebben al gedreigd dat, als Servië de sancties tegen Rusland niet uitvoert, het land zelf sancties kan verwachten. Op 25 februari liet Vučić via Politika, de krant van het establishment, weten: ‘Servië is op weg naar Europa, en dat is onze strategische inzet, maar Servië zal niet overgaan tot vijandelijkheden omdat iemand anders daarom vraagt.’

Het cynische en strategische populisme van Vučić is an sich misschien niet eens het grootste probleem. Wat wél telt is dat deze Servische autocraat verregaande zaken doet met twee presidenten, Poetin en Xi, die zeer duistere ideeën koesteren over een nieuwe wereldorde waarin een ‘weg naar Europa’ niet wenselijk is. De financiële belangen van Rusland in Servië waren tot aan het begin van de oorlog in Oekraïne relatief gering, maar inmiddels weten we dat Poetin daar minder om maalt dan om imperiale dromen, Slavische spirituele zielsverbondenheid, nationale wraak, gekrenkte trots en de zuivere volksziel. Dat zijn zaken die in Nederland misschien vaag en onzinnig klinken, maar in Servië, en op de gehele Balkan, zijn dit reële bedreigingen, bekend van niet zo heel lang geleden.

 

Dit artikel verscheen vlak voor de Servische verkiezingen (3 april 2022) op de website van tijdschrift MAARTEN!